Ik stond in de voortuin met lekkende borsten en een kokende hersenpan. Zo ver mogelijk verwijderd van het gehuil in de slaapkamer, zocht ik naarstig naar een tuinklusje dat me zou afleiden. Alles in mij wilde naar binnen, waar mijn vriend ons dochtertje — toen een maand of acht — in slaap probeerde te krijgen. Tevergeefs. Op dat moment besloot ik: ons kind heeft mij nodig wanneer ze gaat slapen. Dus ik liep naar binnen. Vanaf toen bracht ik haar naar bed. Elke avond.
Ik wilde zo feministisch zijn. De zorgtaken gelijk verdelen. Een kennis vertelde hoe zij en haar vriend de nachten 50/50 verdelen. De kwaliteit nachtrust tijdens ‘zijn’ nachten klonk heerlijk. Helaas werkte het bij ons niet zo. Ik was wel eens van huis geweest, maar beter had ik daar niet van geslapen. Mijn borsten verplichtten me om midden in de nacht te kolven en eerlijk gezegd vond ik het vreselijk zonder haar. Het voelde gewoon niet goed.
Mijn zus liet alle drie haar kinderen vanaf nacht één in hun eigen kamer slapen. Hoewel ik blij voor haar was dat dat werkte, wist ik meteen dat ik dat niet wilde. En mijn vriend gelukkig ook niet. Echt contactslapen leek me (toen nog) onveilig, dus bij ons kwam een co-sleeper aan het bed. Daar ging ons meiske helaas niet braaf in slapen. Waar wel? Wiegend in mijn armen, drinkend aan de borst of rustend op m’n borst. En als ze wakker werd in de co-sleeper – en dat was vaak – liet ze duidelijk merken het niet naar haar zin te hebben in haar uppie.
Papa sliep na de geboorte nog geen week bij ons en kreeg daarna toestemming om op een andere kamer te slapen. Ik gaf 100% borstvoeding en kon dat prima alleen af. Zo had in ieder geval een van ons tweeën een goede nachtrust en hoefde ik me niet bezwaard te voelen om een lichtje aan te doen en geluid te maken.
Ons dametje werd en wordt het liefst door mama in slaap geholpen. Papa is voor avontuur, mama voor geborgenheid. In deze fase tenminste. Sommige mensen zullen zeggen: volhouden, streng zijn, oefenen. Misschien hebben ze gelijk. Maar als je kind én je eigen lijf zo duidelijk aangeven wat nodig is, waarom dan forceren? Ik geloof dat mensenbaby’s, net als alle andere zoogdieren, hun mama in de beginfase hard nodig hebben. Wij baren, wij hebben de borsten en zelfs ons brein verandert volledig bij de komst van een kind. Het is misschien niet feministisch om te zeggen, maar wel biologisch. De evolutie heeft het zo bedacht.
De co-sleeper heeft een paar weken dienst gedaan als slaapplek. De keren dat ze daarin in slaap is gevallen, zijn op één hand te tellen. Al snel diende het bedje naast het grote bed alleen nog als bedhekje. De kleine meid sliep bij mij of naast mij. En zo is het nog steeds, anderhalf jaar later. Ik help haar in slaap. ’s Nachts kruipt ze het liefst dicht tegen me aan, soms ook bovenop me. Mijn moeder vraagt wel eens hoelang ik er nog mee door ga. Zo leert ze niet alleen te slapen, volgens haar. Tja, wie zal het zeggen? Zolang als nodig is. Ooit leert ze het wel.
Sarieke schreef al eerder over slapen: Sarieke blogt: een beetje moeder om mee te nemen – Opgroeien in Parkstad
En Iris blogde over het slaapgedrag van haar kleinkinderen: Iris blogt: Hij slaapt door! – Opgroeien in Parkstad en Iris blogt: Slaap kindje slaap? – Opgroeien in Parkstad
