Sarieke blogt: een beetje moeder om mee te nemen

‘Doe je pyjama niet in de was. Hoe meer zweet en moedermelk, hoe beter!’

De ongewassen pyjama blijkt een wondermiddel voor slechte slapers. De tip kwam van Marina, pedagogisch medewerker bij onze kinderopvang. Een lief mens met flink wat professionele- én levenservaring. Slaapt je kindje niet goed op de crèche? Geef je pyjama mee. Slaapt je kind niet in de auto? Wikkel hem of haar in je ongewassen pyjama voordat je de maxicosi dichtgespt. Lekker doordrenkt van jouw geur is dus prima. Beter zelfs. Bij ons werd het knuffelaapje voortaan vergezeld door een pyjama.

Wat is eigenlijk een slechte slaper? Een kindje dat haar mama nodig heeft? Want dat is wat de pyjama laat zien. Thuis slapen we dan ook innig samen. Toen ze geboren werd, was ik er nog van overtuigd dat samen slapen gevaarlijk is. Een eigen bedje zonder kussens en knuffels (want: stikgevaar) was de bedoeling, maar mijn instinct wilde niets liever dan die frummel dicht bij me houden. En ik merkte dat dat haar ook goed deed. Dus zocht ik het uit.

Dat bleek nog niet zo makkelijk. Over het onderwerp slaap en baby’s zijn boeken volgeschreven. Sommige prediken een ‘droomritme’ dat – als je even doorleest – niet het ritme van je baby’s dromen blijkt te zijn, maar dat van mama’s dromen en (vooral) van haar drukke agenda. Voeden, slapen, wakker zijn – alleen de boertjes en poepluiers staan nog niet in een Excel-sheet.

Ook op sociale media wemelt het van de slaapcoaches en ‘momfluencers’. En vergeet hun volgers niet. In de comments onthult zich een ware slaapmaffia: mensen die zich geroepen voelen om ongefilterd en met weinig nuance hun mening te verkondigen. De één vindt in slaap voeden een ‘foute slaapassociatie’, de ander roept verontwaardigd waarom Moeder Natuur ons anders borsten heeft gegeven. Overigens vindt mijn meisje niets heerlijker dan aan de borst in slaap vallen, dus goed of fout, ik benut deze slaapassociatie maximaal. 

Iedere keer dat ik iets las over slaaptrainen, verkeerde slaapassociaties of baby’s die zelfstandig moeten leren slapen, voelde ik weerstand. Maar ik miste de woorden om het te weerleggen. Die kwamen pas toen ik Wat baby’s nodig hebben van Melanie Visscher las. Geen opvoedgoeroe met schema’s, maar wetenschappelijke inzichten over onze biologie, geschiedenis en evolutie. Het boek bevestigde wat ik instinctief al voelde: samen slapen is heel normaal. We hebben het eeuwenlang gedaan, net als alle andere zoogdieren.

Het slaapritme van onze kleine meid is geen probleem om op te lossen. Ze slaapt prima als ik erbij ben en haar een beetje help afschakelen. Bovendien zou ik zelf ook niet goed slapen op een kinderdagverblijf met gejengel, gejoel en gehuil op de achtergrond of boven of onder mij. Geen slechte slaper dus. Gewoon een kind dat haar moeder wil. Maar mijn nabijheid is natuurlijk niet altijd mogelijk. En dan is de ongewassen pyjama een uitkomst. Een beetje moeder om mee te nemen.

Tot het slaapprotocol van de crèche werd aangescherpt. ‘Vanwege de veiligheid mogen er vanaf nu geen knuffels of grote doeken mee naar bed. Ook mogen de kleintjes geen te grote slaapzak aan,’ luidde de mededeling. Ik die altijd alles op de groei koop, voelde me meteen aangesproken. Tegenwoordig blijft Aap dus braaf thuis en stroop ik de mouwen van de slaapzak nog wat verder op. En de pyjama? Die kan gewoon weer in de was. Helaas.

* De grote disclaimer: over slapen is een hoop onderzoek gedaan. Dit zijn mijn persoonlijke ervaring en mening. Ik adviseer niemand over hoe baby’s of kinderen moeten slapen. Lees je in en maak je eigen overwogen keuzes. 

** De tekening bij dit verhaal is weer van Mila Jongen.