Sarieke blogt: de wereld als speeltuin

Tussen de schappen in het tuincentrum kreeg ik een preek van een wildvreemde vrouw. Uit het niets begon ze tegen me te praten. Ze maakte zich ‘grote zorgen’ omdat ik mijn kind van anderhalf verbood een plant op een voorraadkar te vermorzelen. ‘Kinderen moeten alles voelen’, zei ze. ‘Warm, koud, ruw, glad, zacht, hard: alles!’ Het argument dat de plant van de winkel was en ik niet van plan was hem te kopen, wuifde ze weg. Die kosten had ik al lang betaald, want afgeschreven producten berekent de winkelier allemaal door, volgens haar.

Tja, dat is ook een manier om ernaar te kijken. Ik ben groot voorstander van de wereld ontdekken door te voelen, te spelen en te proeven. Door te ervaren. Maar voor een jong mensje is werkelijk alles speelgoed en je kunt niet overal van accepteren dat ze ermee speelt. Waar leg je de grens?

Het favoriete speelgoed van mijn dochter is op dit moment grind. Steentjes in verschillende vormen en grijstinten die op onze oprit en alle stoepen hier in het dorp liggen. En die ik nu ook terugvind in het fietszitje, in mijn jaszak en bij de voor- en achterdeur. Daar lag tot voor kort de grens: ze mocht ze niet mee naar binnen nemen. Ideaal voor als er eens iets niet mee naar buiten mocht als we het huis verlieten; een theedoek, matruschka-pop of kookgerei bijvoorbeeld. De teleurstelling van het thuis moeten laten van deze objecten verdween als sneeuw voor de zon zodra de steentjes op de drempel weer in beeld kwamen. Zo tover ik ook de in bewaring gegeven steentjes uit mijn zak wanneer ze er op de fiets per ongeluk eentje laat vallen. 

Toch is die grens verschoven en mogen de steentjes inmiddels wel mee naar binnen. Ze is er lang zoet mee, dat is een groot pluspunt. Ik was bang dat ze ze in haar mond zou stoppen, maar dat doet ze niet. Geproefd worden ze wel, maar zolang het bij likken blijft, is het oké (is vast goed voor de weerstand). Daar komt bij dat mevrouw probeert te tellen en daar blijken deze steentjes ook uitermate geschikt voor. Vandaar dat de steentjes nu ook binnen te vinden zijn.

Dan hebben we de theedoos, ook een absolute winnaar binnen het alles-is-speelgoed-idee. Eerst werden de zakjes alleen uit de doos gehaald. Bij het bekijken en betasten van de vele kleurrijke zakjes praatte ze vrolijk in zichzelf: ‘opa, Teddy (de hond van opa en oma), koe, moooeeee (geluid van de koe), paard’. Een prima bezigheid dus. Ook het verfrommelen van de zakjes stond ik nog toe én ik accepteerde dat ik de thee daarna weer moest sorteren en terugstoppen. Maar op een dag ontdekte ze hoe de papieren zakjes opengaan. Op het moment dat de smaken niet meer te sorteren waren, labeltjes van zakjes werden getrokken en de theezakjes ín de verpakkingszakjes ook werden opengescheurd (overal losse thee), was de grens bereikt.

Dus ja, het is aanvoelen: wat is wel speelgoed en wat niet? De dop van de fles is het leukste speeltje in bad en onder de douche, maar die blijft mooi op het hoofd van de badeend wachten tot de volgende wasbeurt. Het tasje van mama is ook razend interessant. Ze mag er van alles uithalen en ermee spelen, maar zodra ik ontdek dat ze de lippenstift open krijgt en er met haar vinger in poert, grijp ik in.

Wat tuinplanten betreft, vind ik het helemaal lastig. Want ja, ik ben het met die tuthola in het tuincentrum eens dat kinderen alles moeten ontdekken, maar ik en de bijen houden ook van de bloemen in de tuin. Dus is het adagium daar toch vooral ‘aaien’ en alleen sommige planten plukken, wrijven of anderszins kapotmaken. Maar planten – of wat voor spullen dan ook – in een winkel: die mag ze toch echt niet stukmaken van mij.