Lieke blogt: de kinderen zijn niet veranderd
Op mijn elfde (begin jaren ’90) begon ik met oppassen. Dat ging ‘vanzelf’ omdat ik vlak voor mijn elfde verjaardag een broertje kreeg.
Het oppassen buiten de deur begon iets later per toeval. Mijn twee jaar jongere zusje en ik liepen in het weekend door de buurt, dimdammend of we naar de speeltuin op de camping of naar de dijk zouden gaan. Een vader kwam naar buiten toen we langs liepen, ontredderde blik in zijn ogen. Hij kende ons, omdat zijn oudste dochter op dezelfde basisschool zat als wij. “Mijn moeder is overleden, ik wil erheen, maar de kinderen kunnen niet mee. Als ik jullie ouders bel, denk je dat die het goed vinden als jullie even hier blijven?” Wij zeiden ja en onze ouders ook. Zo begon het. Wij bleven daar en kregen minimale instructies. “Pak maar wat uit de koelkast als jullie dorst hebben. En als ik om vijf uur nog niet terug ben, smeren jullie maar een boterham voor de kinderen.”
Al gauw bleek dat meerdere mensen in onze buurt wel een oppas konden gebruiken. Na dit avontuur volgden vele avonden waarop ik in andermans huis verbleef. Instructies bleven minimaal. “Probeer ze om acht uur in bed te hebben, na Sesamstraat. Gewoon het licht uitdoen, ze gaan vanzelf slapen.”
Vervolgens vertrokken de ouders, mij achterlatend met een goed gevulde koelkast, een zak chips en een ‘ongeveer tijd’ waarop ze thuis zouden komen.
De papa’s en mama’s van toen waren over het algemeen redelijk streng en consequent. Zodra kinderen doorhadden dat ze van mij iets meer mochten dan van hun ouders (een kwartiertje later naar bed of een extra verhaaltje) was ik hun held. Maar ze kwamen er ook achter dat ik verder niet met me liet sollen. De keren dat een kind huilde of uit bed kwam, kon ik na jaren oppassen nog steeds op één hand tellen. Boek dicht, licht uit, slapen.
Het laatste jaar van de middelbare school, stopte ik met oppassen. Ik had een goed betaalde bijbaan als kamermeisje in een hotel en vond dat ik met het verdiende geld vooral veel op stap moest. Cafés, discotheken, tentfeesten, zeven dagen carnaval… Het was ondenkbaar dat ik op een vrijdag- of zaterdagavond ergens voor de televisie hing, terwijl boven kinderen lagen te slapen. Veel te saai.
Inmiddels pas ik alweer jaren op. Vrijwillig en zonder de vier gulden per uur uit mijn beginjaren. Meestal ook zonder zak chips, want helaas heb ik niet meer het figuur en de stofwisseling van toen. Ik heb veel op de dochter van mijn zusje gepast, die dat nu als dertienjarige niet meer zo nodig heeft. En ik pas nog regelmatig op kinderen van vrienden.
Wat mij opvalt, is dat niet de kinderen, maar vooral de ouders zijn veranderd. Naast uitgebreide instructies voor het bad- en bedritueel geven ze ook een lange uitleg over de omgang met hun kinderen:
“Ze kan echt niet slapen zonder die knuffel, dus die moet mee naar bed.”
“Hij is bang in het donker, dus het licht op de gang moet aan.”
“Ze gaat miepen als ik geen welterusten zeg, dus ze mag me wel even bellen voordat ze gaat slapen.”
‘Verhaaltje klaar, licht uit’, werkt niet meer altijd. Ik denk niet dat kinderen angstiger of lastiger zijn geworden. Ik denk dat ouders anders zijn gaan opvoeden. Met meer nadruk op gevoelens (“als je het spannend vindt, dan hoeft het niet”) en op onderhandelen. De autoritaire omdat-ik-het-zeg-stijl van vroeger, lijkt niet meer te bestaan. Althans niet in mijn bubbel.
Ik heb geen kinderen. Ik zeg niet dat de ene manier van opvoeden beter is dan de andere. Ik weet wel dat opvoeden én oppassen heel anders zijn dan dertig jaar geleden. Opvoeden en oppassen zijn allebei niet makkelijker geworden.
En jij?
Hebben jullie één of meer mensen die komen oppassen? Vinden de kinderen het leuk als de oppas komt of vinden ze het lastig? En hoe goed luisteren ze naar de oppas?
De tekening bij deze blog is van Mila Jongen.
