Sarieke blogt: fietsfeest

Tot voor kort hield ik niet bijzonder veel van fietsen. Ik fietste wel veel, maar zag het als een gezond en duurzaam vervoermiddel. Wielrennen of mountainbiken hebben me nooit getrokken. Ik was wel graag buiten, maar dan liever wandelend of bezig in de tuin. 

Mijn houding tegenover fietsen is compleet veranderd sinds ik een kinderzitje voorop heb. Nu fiets ik graag overal naartoe en neem er ruim de tijd voor. Mits het zitje gevuld is met het mensje waar het voor bedoeld is. Want dankzij haar is fietsen niet alleen een functioneel proces om van A naar B te komen, maar een manier om mijn zintuigen wijd open te zetten en de wereld te ontdekken.

Haar eerste keer fietsen was vorige zomer op Texel. Mevrouw kon net zitten, dat was al heel wat. Dat ze ook nog zittend door duinen en bos kon zweven, was helemaal te gek. Kirrend, brabbelend en wijzend zat ze voorop in haar troon. Haar wereld werd in één klap – of in een paar trappen – een stuk groter.

Ook nu merk ik vaak wat voor zinnenprikkelend effect een fietstocht op haar heeft. Zuchtjes wind lijken een beetje te kietelen en probeert ze terug te blazen. Bij iedere narcis roept ze: ‘wauw!’ Normaal gesproken fiets ik er onnadenkend langs, maar nu snap ik het: dat knetterende geel maakt de wereld toch een stuk minder grauw.

Mede dankzij de vele boekjes die we samen lezen, kan onze dreumes zich ook verbaal steeds beter uitdrukken. Concepten die ze kent uit boeken, komen buiten tot leven. We stoppen bij een nog kale boom om uit te leggen dat de kluwen takjes in de kruin een nest is, haar wel bekend uit het verhaal van Coco. Haar eerste echte maan is een regelrechte hit. Het hele fietspad van de crèche naar huis is-ie er opeens, na elke bocht weer vanuit een andere hoek. ‘Maanneh’ roept ze een kwartier lang. Met extra nadruk op de ‘n’ om duidelijk te maken dat ze dit woord al heel goed kent.

En dan zijn er nog de dieren, uiteraard. Hoofdrolspelers in vrijwel elk prentenboek. Onderweg wordt elk dier benoemd – of het geluid dat het maakt. Honden zijn de ene keer ‘otje’ en de andere keer ‘waf’ of ‘woef’. Het geluk wil dat we langs de bekende routes – kinderopvang, supermarkt – heel wat dieren tegenkomen. Elk paard, schaap en elke hond, eend of vogel (‘goochel’) begroet ze met grijpgebaren en een liefkozend ‘ahaaah’.

Zelfs het wachten voor spoorbomen is leuk. Vroeger baalde ik ervan, ik zat vaak met haast op de fiets. Nu is het een feest, want: rode lichtjes, rinkelende bellen en een trein die langs dendert, soms zelfs toeterend. Ze wiebelt op het dreunen van de trein.

Het fietsfeest is voor mij compleet wanneer ze zich omdraait naar mij en ik uit haar gezicht en geluiden opmaak dat ze me even wil laten weten hoe geweldig dit wel niet is. De bomen langs het pad, de meeuw en de wolken in de lucht. Dat ze bewegen. Dat ze ze kan benoemen. En dat ze er simpelweg van geniet.