Lieke blogt: de vrouw-man-taakverdeling
Mijn vriend en ik werken allebei voltijds. We delen de huishoudelijke taken en de huishoudelijke kosten eerlijk. Allebei de helft.
Hij doet alle was en strijk en ruimt de vaatwasser in (als hij dat doet, past er véél meer in dan als ik dat doe). Hij doet een aantal echte rotklussen zoals de goot in de douche schoonmaken, ramen lappen, apparaten ontkalken en de vriezer ontdooien. Hij kookt in het weekend. Vaak iets dat lang moet pruttelen en met veel liefde wordt gemaakt. Een stoofpot, risotto, goulash en dat soort lekkere dingen.
Ik poets om de twee weken het huis, de andere week hebben we twee poetshulpen die dat doen. Ik breng het glas en papier naar de container, doe al het werk in de tuin en zet de groenbak aan de straat. Ik doe meestal de boodschappen en kook door de week, omdat ik als eerste thuis ben.
Ik had verwacht dat een eerlijke verdeling in onze generatie – ik 1980, hij 1976 – volkomen normaal zou zijn. Iets vanzelfsprekends waar niemand gek van zou opkijken. Mijn ouders hebben mij opgevoed met de wijze woorden dat je als vrouw niet financieel afhankelijk moet zijn van een man en dat een huishouden en eventuele kinderen een taak zijn voor allebei de ouders.
In mijn vriendengroep vallen we niet zo op. Daar zijn we omgeven door meer ‘eerlijke verdelers’. Het is zelfs geen uitzondering dat de vrouw meer werkt en/of meer verdient dan de man, maar de financiële verdeling, de loonkloof en dat sommige mannen er niet tegen kunnen als een vrouw een ‘hogere’ functie heeft, is misschien iets voor een volgende blog. (Hebben jullie die uitzending van First Dates gezien waarin Davey tegen zijn date zegt dat zij niet ambitieus is en NOOIT meer gaat verdienen dan hij?)
Buiten mijn bubbel zijn mijn vriend en ik blijkbaar alles behalve normaal. De complimenten die hij krijgt als hij vertelt dat hij de was doet, maken van hem een halve heilige. “Doe jij de was?!?! Jouw vriendin heeft echt geluk met jou!”
Pardon? Krijgt een vrouw ooit complimenten voor het doen van de was?
Laatst liep ik door de supermarkt. Ik hoorde een vrouw tegen een vader met kind zeggen “Wat leuk dat jullie samen boodschappen doen.” En toen tegen het kind “Jij boft maar met zo’n papa.”
Pardon? Krijgt een vrouw ooit te horen hoe leuk het is dat ze boodschappen doet samen met haar kinderen? Nee! Hooguit krijgt ze van bemoeizuchtige mensen te horen dat ze ongezonde dingen in de winkelkar stopt.
En in de generatie na ons, lijken mensen zelfs terug te gaan in de tijd. We spraken laatst met twee hardwerkende jonge vrouwen met een eigen bedrijf. De ene eind twintig en vrijgezel, de ander begin dertig en moeder van twee kinderen. Op de één of andere manier ging het gesprek ineens over het huishouden. Nadat de complimenten voor mijn vriend over het doen van de was waren verstomd, zei één van de vrouwen: “Mijn man doet niets in het huishouden. Hij komt alleen in actie als er iets mis is met het internet.”
Dat is natuurlijk helemaal prima als zij en haar partner daar allebei tevreden mee zijn. Toch vind ik het vreemd. Maar zoals ik eerder schreef, buiten mijn bubbel ben ík blijkbaar vreemd.
Eén ding is duidelijk. Mannen en vrouwen worden niet langs dezelfde meetlat gelegd. De hardwerkende vrouw uit mijn voorbeeld, krijgt geen complimenten voor wat ze thuis allemaal doet.
Mannen die wassen, strijken, boodschappen doen, kinderen uit school halen en luiers verschonen worden de hemel in geprezen. Vrouwen die al die dingen doen, krijgen hooguit kritiek over de manier waarop ze dat doen.
En dan heb ik die jeukopwekkende term ‘papadag’ nog niet eens genoemd. Krijgt een vrouw een eigen woord voor thuisblijven met HUN kinderen?
