Gastouderbijeenkomst 2025: Limburgs kallen, het nut van meertaligheid en een ode aan risicovol spelen

Gastouders zijn belangrijk. Ze zorgen in de eerste plaats voor de dagelijkse verzorging van de kinderen die aan hen worden toevertrouwd. Dit betekent zorgen voor schone luiers en eten en drinken en het bieden van een veilige en liefdevolle omgeving. Gastouders helpen kinderen met hun ontwikkeling en met hun sociale vaardigheden door ze te leren omgaan met andere kinderen in de groep. Gastouders hebben een uitdagend beroep en hebben vaak te maken met veeleisende ouders.

Wij van Opgroeien in Parkstad en onze collega’s van Opgroeien in 046 waren op 27 oktober 2025 aanwezig bij de gastouderbijeenkomst in Schinveld waar zo’n 50 gastouders naartoe kwamen.

Twee enthousiaste vrouwen met een missie zorgen voor de eerste presentatie, Silvia Slegers van Hoes veur ’t Limburgs en Anke van Well van BCO Onderwijsadvies en -ondersteuning. Met allerlei voorbeelden laten ze zien dat meertaligheid goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Met de nadruk op het Limburgs, dat ook telt als taal. “Er zijn alleen maar voordelen aan meertaligheid”, vertelt Anke. “We zijn bezig met een proefprogramma voor Limburgs in de kinderopvang. Waarbij het de bedoeling is dat medewerkers de hele dag ‘plat kallen’ tegen de kinderen.”

Meertaligheid heeft alleen maar voordelen
Dit lokt verschillende reacties uit van de zaal. Eén van de gastouders zegt dat ouders het niet altijd geloven dat Limburgs praten goed is. “Dan krijg ik het horen, ‘mijn kind spreekt slecht Nederlands’ omdat jij Limburgs met haar praat’ en daar moet ik me dan tegen verdedigen.” “Ja dat is lastig”, geeft Anke toe. “Het is wetenschappelijk bewezen dat meertaligheid grote voordelen biedt. Ook als het kind thuis een andere taal spreekt dan Nederlands of Limburgs. Het is belangrijk dat ouders de taal van hun hart spreken, de taal die ze zelf het beste beheersen. Geef die thuistaal ook een plek.”

Een gastouder steekt haar hand op en reageert: “Ik zorg voor een kind dat huis tweetalig Nederlands en Engels wordt opgevoed en heb het idee dat ze in allebei de talen een achterstand heeft. Ze brabbelt nog veel en komt vaak niet uit haar woorden.” Volgens Anke en Silvia komt dat nog goed en heeft het vooral ook met de leeftijd van het kind te maken.

Discussie onder Limburgers
Silvia presenteert uiteraard alles in het Limburgs. Ze vertelt dat de gastouder een voorbeeldfunctie heeft om te laten zien dat de Limburgse taal er mag zijn. In de zaal steken enkele gastouders hun hand op dat zij geen Limburgs spreken en het dus ook niet aan de kinderen kunnen leren. En daarna ontstaat een korte discussie over dat Limburgers onderling elkaar ook niet altijd verstaan. “Of de moeite niet willen doen om de ander te verstaan. Tegen de Duitse grens ‘moelen’ we en ‘kallen’ we niet.”

De presentatie eindigt met uitleg over de vier taalniveaus en het taaldenkgesprek. Een kind vragen stellen over wat het ziet is daarbij het eerste niveau. Bijvoorbeeld ‘wat is dit?’ of ‘wat doet de hond?’. Voor het hoogste niveau moeten kinderen voorspellingen kunnen doen en zich kunnen verplaatsen in een ander en gaat het om vragen als ‘waarom is het meisje verdrietig en hoe kunnen we ervoor zorgen dat ze blij wordt?’

Schokkende cijfers overgewicht
Na deze presentatie is het tijd voor Danique Kurstjens en Ilse Marx om de groep toe te spreken én in beweging te krijgen. Ze zijn allebei SuperFIT Coach bij Ecsplore. SuperFIT is bedoeld om te zorgen voor een gezonde leefstijl van kinderen tussen 2 en 4 jaar. Om hun missie te onderstrepen laten de vrouwen eerst een aantal schokkende cijfers zien. 8 Procent van de kinderen tussen 2 en 4 heeft overgewicht. Bij kinderen tussen 4 en 18 jaar is dat al 15,8 procent. Meer en gevarieerder bewegen, minder zitten, meer en gevarieerder fruit en groenten eten én meer water drinken zijn de beste manier om overgewicht te voorkomen.

Schijf van 10
Danique legt uit dat ze de bekende ‘schijf van 5’ van het Voedingscentrum combineren met de ‘schijf van 10’ die over bewegen gaat. In die schijf van 10 staat bijvoorbeeld dat kinderen moeten kunnen balanceren en vallen, springen en landen, stoeien en vechten. Dat lokt weer verschillende reacties uit. “Ik ga wel eens wandelen met de kinderen”, vertelt één van de gastouders. “Maar één jongetje vraagt altijd al na tien stappen of ik hem wil dragen.”

“Ouders houden veel beweging tegen”, vertelt Ilse. “Kinderen mogen niet meer vies worden. Kinderen lopen of fietsen niet meer zelf naar school, maar gaan in de auto of de bakfiets. Ouders hebben vaak haast en hun kind de trap opdragen gaat sneller dan het kind zelf laten lopen. Dus kinderen zijn niet meer gewend om te lopen.” Daarop reageert weer een andere gastouder. “Met mij gaan de kinderen altijd graag lopen, maar thuis zijn ze niet vooruit te branden. De ouders zijn altijd verbaasd als ik vertel dat we zijn gaan wandelen.”


Eenvoudige materialen
Danique en Ilse delen daarna ballonnen uit aan iedereen in de zaal. De gastouders houden onder luid gejoel en gelach de ballon eerst hoog met hun handen, daarna met hun hoofd en tot slot met hun voeten. “En er is nog veel meer te bedenken”, lacht Danique. “Denk aan het doorgeven van de ballon met de knieën of door de benen.” Daarna gooien de gastouders wasknijpers in hoepels. Ilse: “Met simpele materialen, zoals een ballon of wasknijpers, kun je al heel veel beweging uitlokken. Bewegen zit soms ook in hele kleine dingen. Laat kinderen zelf hun jas van de kapstok halen. Of vraag ze om naar de gang te huppelen waar de schoenen staan. Je hoeft niet altijd uitgebreide activiteiten te bedenken of ingewikkelde spullen in huis te hebben. Met zoiets simpels als een pak viltjes kom je al een heel eind. Daar kunnen kinderen paden mee leggen op de grond, of ze kunnen rondlopen met een viltje op hun hoofd.”

Risicovol spelen
Daarna vertellen Danique en Ilse over risicovol spel. “Ja daar is veel discussie over”, geven ze allebei toe. “Ouders accepteren soms geen blauwe plekken of vieze kleren. Toch is het voor de ontwikkeling van kinderen belangrijk om risicovol te spelen. Daar hoort soms een schram of blauwe plek bij.” Met verschillende voorbeelden vragen ze aan de zaal of iets een risico of een gevaar is. Over sommige dingen is iedereen het eens. In een boom klimmen is een risico, geen onoverkomelijk gevaar. Maar over uit het zicht spelen of spelen in de buurt van gevaarlijke voorwerpen, gaan niet alle neuzen meteen dezelfde kant op. “Kijk altijd naar het kind en naar de situatie”, leggen de SuperFIT coaches uit. “Kan het kind zelf kiezen om wel of niet mee te doen? Leert het kind vaardigheden zoals hoogte of snelheid inschatten?”

Tot slot roepen Ilse en Danique de gastouders op om zich bewust te zijn van het voorbeeld dat ze geven. “Als jij zelf de hele dag zit, vinden kinderen dat normaal. Terwijl we heel veel dingen ook staand kunnen doen. Kinderen kunnen een puzzel ook staand maken.”

Voor alle opvoedtips
Het laatste tweetal dat voor de groep gaat staat, bestaat uit Ludy van Brink en Esther Senden. Ludy vertelt over Opgroeien in 046 en Eshter over Opgroeien in Parkstad. “Voor opvoedtips en -vragen, voor leuke activiteiten in de buurt, voor het zoeken naar hulpverlening, ga naar onze website.”